EMMA BRUNT

Van publiciste en columniste Emma Brunt verscheen in 1986 het boek
Jaloers - gesprekken over jaloezie (de Arbeiderspers, Amsterdam).
Met toestemming van Emma Brunt geven we een deel van haar gesprek met de zangeres Jard van Nes weer.

Jard van Nes:

'Ik denk dat ik niet jaloers ben omdat ik al mijn jaloezie heb opgebruikt voor mijn zusje.'

roosje.jpg (5480 bytes)'Als je jaloers bent neem je de kleur aan van iemand anders,' zegt Jard van Nes, 'en ondertussen werk je niet aan jezelf. Het belet je om te zien wie je bent.' Ze vertelt over de operaprodukties waarbij ze betrokken is geweest. 'Je maakt het allemaal wel een keer mee als je op weg bent naar boven, want dan moet je door de middenlaag heen en daar kan het heel akelig toegaan. Ik was er altijd ondersteboven van als ik op jaloezie stuitte. Dan kwam ik overstuur thuis en piekerde steeds maar, zo van nou hebben ze dít van me gezegd en dát van me gezegd, en het is helemaal niet waar, zo bedoel ik het helemaal niet, hoe kan dat nou? Wat is dat? De eerste keer dat ik heel geschokt was, gebeurde me iets naars bij een repetitie. En plein public. Ik had wel eerder jaloezie van anderen ervaren, maar altijd "achter", nooit op de set, voor het front van de hele groep. Ik was zo verbluft dat ik er geen antwoord op had. Ik ben weggelopen en in de kantine een sigaret gaan roken, terwijl ik nota bene net met roken was gestopt. Godzijdank kwam er toen gelijk een collega achter me aan en die zei: "Uit die sigaret en meekomen!" Als een hondje ben ik achter haar aan gelopen, ik was niets meer. Ze heeft me in een stoel gezet, haar handen in mijn nek gelegd en gezegd: Eerst ontspannen, niks zeggen, straks praten we erover."
Dat was prima. Als mensen dat niet doen, als ze je op zo'n moment niet opvangen, dan kan dat een ramp worden voor de hele produktie. Ze prentte me bij die gelegenheid in dat ik maar beter aan zulke incidenten kon wennen, omdat het me nog wel vaker zou overkomen.'

Ze legt haar brede, goed verzorgde handen plat op tafel, en zegt langzaam en indringend: 'Ik was het meest geschrokken van mijn eigen reactie. Je bent zo ontzettend kwetsbaar op zo'n ogenblik, zo verschrikkelijk kwetsbaar. Als je niet oppast ga je echt kapot. En dat is ook de bedoeling van degene die het je aandoet, ze willen je neerhalen.'

Ik ben gek van muziek. Ik wil alleen maar zo goed mogelijk zingen en ik ben gelukkig als de voorstelling lukt. Jaloezie zou me veel te veel energie kosten en die kan ik beter gebruiken om mezelf te vervolmaken. Ik ben ook nooit jaloers als een ander een rol krijgt die ik zelf graag had willen hebben. Waarom? Waarom zou ik alles moeten hebben en een ander niks?' Ze glimlacht en verrast me door opeens te zeggen. 'Ik denk dat ik niet jaloers ben omdat ik al mijn jaloezie heb opgebruikt voor mijn zusje.'

Jard van Nes komt uit een groot gezin met vijf kinderen-ik was de vierde in de rij-en behalve haar broertjes en zusje, had ze ook nog een pleegbroer en een inwonend neefje.

'Ik was vreselijk jaloers op het zusje dat twee jaar ouder was dan ik. Ze was heel intelligent. Knap. Verrekte goed in sport. En bovendien zeer adrem, ook dat nog. Mijn vader was erg op haar gesteld, duidelijk bijzonder op haar gesteld. Dat voelde je in alles. Mijn zuster was favoriet en ik ervoer dat als een afwijzing van mezelf. Ik was uitgesproken muzikaal, maar dat vond ik in die tijd geen concurrentiepunt, dat had ik nou eenmaal en het sprak min of meer vanzelf. En dat is nu zo eigenaardig en vernietigend van jaloezie, dat de gaven die je zelf hebt nooit meetellen. Ik realiseerde me absoluut niet dat de kwaliteiten die mijn zus had vergelijkbaar waren met de mijne. Dat is veel later pas tot me doorgedrongen.'
Ik haatte haar, geloof ik. Ja, het was echte haat. Maar natuurlijk zo ambivalent als de pest, want ik was aan de andere kant vreselijk van haar onder de indruk. Dat maakt juist dat je jaloers bent, het feit dat je je laat overheersen, en ik liet me door haar in alles overheersen. Daar was ik zelf voor honderd procent verantwoordelijk voor, daar niet van, maar zo was het toen. En als reactie daarop ging ik heel domme dingen doen. Mijn zus was gek op volleybal, dus ik ook op volleybal. Ze wou naar het gymnasium, dan ik ook naar het gymnasium. Ze werd praeses van de schoolvereniging, dus dat was ook wat ik wou, maar ik werd het natuurlijk niet. Ze had een rol in een toneelstukje en ik niet, dus ik deed een auditie, terwijl ik van tevoren wist dat ik toch niet gevraagd zou worden. Ik imiteerde haar in alles, terwijl ik wist, intuďtief best voelde, dat dat een hopeloze strijd was. Want dat is het misselijke van jaloezie: het vertekent je zo. Je gebruikt al je energie, al je creativiteit om te lijken op iemand anders. Je degradeert jezelf tot niks. Ik zag bijvoorbeeld niet dat ik de stukken pianomuziek onder de handen van mijn zus vandaan griste en ze vervolgens met tien keer zo veel gemak speelde als zij. Dat moet voor haar ook niet leuk geweest zijn.

 
Jaloezie vermoordt je.
Het vermoordt je mogelijkheden.'

 

meer gesprekken over jaloezie met Emma Brunt