Kunt u of wilt u onze Lijst van door ons al verzamelde Jaloezie-Gedichten aanvullen, 
ga dan naar het formulier .
De redactie van WWW.JALOERS.COM zet uw gedicht online.
U kunt ook uw Jaloezie-Verhalen bij ons online publiceren


jaloers, altijd jaloers
dat heeft toch ook niks stoers
ik bijt je, trap je kop eraf
vermorzel je en gooi je in je graf
je bent van mij, je bent van mij
onthou het nou, je bent van mij

zwetende lijven
grommende kelen
mijn brandende handen
die jou strelen
bloed uit een wond
smaakt zoet in mijn mond
je ogen hijgen
geen kracht meer
geen adem
ik pak een mes
mijn dijen, mijn armen
kraken jouw lijf
ik kus je
ik streel je
mijn mes penetreert je
je krijgt haar niet
je gaat
ik blijf

Miep

 


Blauwe ogen


Wat een zonde wat een spijt
Mijn liefste vriendje ben ik kwijt
Door mijn eigen stomme schuld
Kwam een eind aan zijn geduld

Liet ik weer eens te erg blijken
Graag naar andere jongens te kijken
Gaf hij me ruimte keer op keer
Maar opeens gaf hij niets meer

't Was voor mij toch maar een spel
Dat weet hij ook eigenlijk wel
Blijkbaar werd het hem te veel
En ergerde hij zich groen en geel.

Zelfs zijn blauwe ogen werden groen
Daar kan ik toch niets aan doen
Ik ben nu eenmaal wie ik ben
Hij kent me zoals ik mij ken

Maar ken ik hem wel zoals hij is
Stel dat ik me nu vergis
Heb ik al die tijd gedacht
Dat hij begripvol was en zacht

Stelt zijn liefde wel iets voor
Vindt hij 't erg nu hij verloor
Of gaat hij zonder dralen
De liefde bij een ander halen

Josje

 

 

Jaloers

Mijn broertje kreeg een mountainbike kado
En ik kreeg niets
Nu moet ik weer naar school enzo
Op die stomme fiets
Er zit niet eens een fietsbel op
Wel hier en daar een deuk
Mijn broertje is er blij mee
Maar ik vind het niet leuk

Ik ben jaloers, heel jaloers
Op de spullen van mijn broers
En krijgt mijn zus een extra kus
Dan wil ik die ook hebben dus

Mijn broertje lette niet goed op
Hij kreeg een ongeluk
Hij werd geopereerd
En z'n mountainbike was stuk
En toen ie weer kon praten
Maar dat duurde wel een poos
Toen werd ik weer heel erg jaloers
Want hij kreeg zoveel kadoos

Mijn broertje heeft het niet gered
Het ging toch nog verkeerd
Ze hebben hem met een duur woord
Die middag gecremeerd
En bloemen dat er lagen
Van al z'n vriendjes uit de klas
Toen werd ik weer heel erg jaloers
En wou dat ik mijn broertje was

ik ben jaloers, heel jaloers
op de spullen van mijn broers
en krijgt mijn zus een extra kus
dan wil ik die ook hebben dus.

Van de site kinderliedjesgroep "niet allemaal tegelijk" http://www.nietallemaaltegelijk.nl/

De dichter Jules Deelder over jaloezie

'Zij was verliefd op een ander. Ik kon haar niet meer bereiken, terwijl ik nog zoveel had willen zeggen. Dan kun je je zo machteloos voelen, man... Ik kan me wel voorstellen dat iemand met minder gevoel voor realiteit denkt van : jezus, als ik hem zie maak ik hem van kant. Of ik maak hr van kant. Of ik maak mezelf van kant. Jaloezie is een groot gevoel - het kan tot zwarte gedachten leiden. Maar dit ging te ver, weetjewel. Je komt toch tot het inzicht dat niks de moeite waard is om iemand anders z'n lampie uit te blazen. Ter gelegenheid van hun huwelijk heb ik een telegram gestuurd: "Sterkte.". Zo kon ik toch nog mijn frustratie kwijt. Een goedmoedige manier van jaloezie. Achteraf klaag ik niet. Aan al die ellende heb ik tenminste nog een mooie dichtbundel overgehouden."

(uit: rails, juni 2000)

Jules Deelder treedt op tijdens het Poetry International Festival in Rotterdam (17 - 23 juni). Voor meer informatie : www.poetry.nl

 


Vogels

Ik zie zo zelden vogels ... !
Het is al weer een week geleden dat ik
midden op straat
een glimp opving van een mus
of een kuifleeuwerik. *

De laatste die ik duidelijk waarnam
was een vlaamse gaai, de pootjes
gekromd
rond een dood stuk berketak - De
leraar
hield hem voor de borst en ik
mocht hem even betasten: het stoffige

terugverende verendek en ogen
die nergens naar keken; net als
de beer van mijn broertje.
Ik kon ze aanraken zonder dat het
ooglid knipte.

Later is het mij nooit meer gelukt
een vogel van zo dichtbij te bekijken.

Ik begrijp niet waarom sommigen
jaloers zijn op vogels; misschien
omdat ze op eigen kracht kunnen
vliegen?
Is het vliegtuig dan niet praktischer,
mooier, en: sneller?

Je kunt nu vliegen zonder moe te
worden,
en de zilverwitte romp met kleurig
gestreepte staart is toch te verkiezen
boven het sombere bruin van lijster of
spreeuw?
Bovendien gaat een vliegtuig langer
mee.

Ik begrijp ook niet waarom ze
in zoveel gedichten voorkomen; het is

alweer een week geleden dat ik midden
op straat een glimp opving van een
mus
of een kuifleeuwerik.

Een vliegtuig maakt alleen
meer lawaai, dat is alles.

Hans Vlek

(uit: Zwart op wit , Amsterdam 1970)

 

voor meer gedichten kijk op www.poetry.nl

JEALOUSY  by John Donne

FOND woman, which wouldst have thy husband die,
And yet complain'st of his great jealousy ;
If, swollen with poison, he lay in his last bed,
His body with a sere bark covered,
Drawing his breath as thick and short as can
The nimblest crocheting musician,
Ready with loathsome vomiting to spew
His soul out of one hell into a new,
Made deaf with his poor kindred's howling cries,
Begging with few feign'd tears great legacies,—
Thou wouldst not weep, but jolly, and frolic be,
As a slave, which to-morrow should be free.
Yet weep'st thou, when thou seest him hungerly
Swallow his own death, heart's-bane jealousy?
O give him many thanks, he's courteous,
That in suspecting kindly warneth us.
We must not, as we used, flout openly,
In scoffing riddles, his deformity ;
Nor at his board together being sat,
With words, nor touch, scarce looks, adulterate.
Nor when he, swollen and pamper'd with great fare,
Sits down and snorts, caged in his basket chair,
Must we usurp his own bed any more,
Nor kiss and play in his house, as before.
Now I see many dangers ; for it is
His realm, his castle, and his diocese.
But if—as envious men, which would revile
Their prince, or coin his gold, themselves exile
Into another country, and do it there—
We play in another house, what should we fear?
There we will scorn his household policies,
His silly plots, and pensionary spies,
As the inhabitants of Thames' right side
Do London's mayor, or Germans the Pope's pride.

bron: http://www.luminarium.org/sevenlit/donne/elegy1.htm

\